Roos Vonk

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ooit was ze zelf student psychologie en had ze een panische angst voor spreken in het openbaar. Nu geeft ze college aan psychologie-studenten, soms wel 500 in een collegezaal, en geeft ze lezingen aan onder meer leidinggevenden, trainers/coaches, docenten en HR-professionals. In haar lezingen vertaalt ze wetenschappelijke kennis naar alledaagse situaties. Door meer inzicht te bieden in hoe het menselijk brein werkt – hoe we reageren op elkaar, wat er vaak onbewust gebeurt tussen onze oren, wat we dan doen en waarom – biedt ze praktisch toepasbare kennis, voor op de werkvloer en in het gewone dagelijks leven.

Ze doet dat ook in haar boeken. Soms zijn deze gebaseerd op eigen onderzoek, vaak ook op onderzoek van anderen. Als docent aan de Universiteit Leiden en later de Radboud Universiteit, gaf ze jarenlang de eerstejaars-cursus Inleiding in de Sociale Psychologie. Ook is ze auteur en redacteur van het handboek Sociale Psychologie, dat aan diverse opleidingen in Nederland en België wordt gebruikt. Hierdoor, en door haar ruime ervaring als onderzoeker en begeleider van onderzoek, heeft ze een brede kennis van het gehele vakgebied van de sociale psychologie. Dit vakgebied gaat over hoe mensen in het gewone leven elkaars gedrag, gedachten en gevoelens beïnvloeden – soms doelbewust, maar veel vaker onbedoeld en onbewust. Dat kan zijn op de werkvloer, tussen collega’s, in teams of tussen leidinggevende en ondergeschikte; in liefde, relaties en vriendschap, in politiek, voorlichting en reclame, in de relatie tussen zorgverlener en patiënt, dienstverlener en cliënt, in het contact van burgers met elkaar, met helpdeskmedewerkers, politie, winkeliers, kortom: overal.

Van proefschrift naar populair boek

Roos Vonk schreef haar eerste boek in de jaren negentig: De eerste indruk. In 1990 was ze gepromoveerd op dit onderwerp, of beter gezegd: op een proefschrift met de titel: The cognitive representation of persons; A multidimensional study of Implicit Personality Theory, impression formation, and person judgments. Deze dissertatie ging over de vraag hoe onze eerste indruk zich verder ontwikkelt wanneer we iemand beter leren kennen en iemands verschillende – vaak tegenstrijdige – kanten ontdekken. Na haar promotie-onderzoek deed Vonk ook onderzoek naar diverse andere aspecten van persoonswaarneming, zoals: wie valt er op wie, hoe zijn machtsverhoudingen van invloed op ons beeld van een ander, kijken we anders naar iemand met wie we samenwerken dan naar een tegenstander, en wat is de rol van sekse-stereotypen en -subtypen (bijvoorbeeld ‘carrièrevrouw’ of ‘lipstick-lesbienne’). Al deze onderwerpen komen aan bod in De eerste indruk, dat nog steeds goed wordt verkocht; inmiddels is dit boek een echte ‘longseller’ en het is dan ook al diverse malen herzien en geactualiseerd op basis van nieuw onderzoek en nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen (zoals internetdaten en sociale media, wat destijds nog helemaal niet bestond).

Slijmen en carrière maken

Een van de onderzoekslijnen van Vonk ging over de invloed van slijmen en vleien op eerste indrukken. Toen ze zelf nog aan het begin van haar wetenschappelijke carrière stond, merkte ze dat sommige collega’s zich heel anders gedroegen tegenover haar dan tegenover meer machtige of prestigieuze collega’s. Dat bracht haar op het idee te onderzoeken hoe dat soort gedrag door anderen wordt waargenomen. Ze ontdekte dat mensen een dergelijk patroon (iemand die aardiger doet ‘naar boven’ dan ‘naar beneden’) razendsnel en moeiteloos in de gaten hebben en er uitgesproken negatief over oordelen. Deze serie experimenten leidde tot haar wetenschappelijke publicatie The Slime effect (waar ze in een voetnoot alle collega’s bedankte die inspiratiebron waren geweest; niemand voelde zich aangesproken…😉).

In de tussentijd was ze zelf opgeklommen op de universitaire ladder, professor geworden, en ze merkte dat ze door veel mensen met meer egards werd behandeld. Als slijmen zo negatief wordt beoordeeld, dacht ze, waarom blijven mensen het dan doen? Misschien omdat juist degene voor wie het bedoeld is, de ‘beslijmde’, het niet merkt. Dat vermoeden testte ze in een volgende serie onderzoeken en het bleek een zeer robuust effect dat ze keer op keer vond. Zelfs als mensen een slijmende ondergeschikte uit hun eigen zak moeten betalen, als ze lootjes kunnen kopen van een slijmende verkoper, zelfs als ze vooraf horen dat de juistheid van hun indruk veel zegt over hun sociale intelligentie, zelfs als ze geen positief zelfbeeld hebben – in alle gevallen blijkt dat mensen iemand die tegen hén slijmt positiever beoordelen en meer geld geven, vergeleken met een observator die er van de buitenkant tegenaan kijkt. Kortom, slijmen werkt.

Ego’s en menselijke gebreken

Door deze bevindingen verschoof de onderzoeksinteresse van Vonk: van indrukken die we van anderen vormen naar hoe we over onszélf denken. Bevestiging krijgen, een oppepper van ons ego, dat bleek immers een enorm krachtige factor te zijn in wat mensen denken, voelen en doen. Ze ging daardoor meer onderzoek doen op het gebied van zelfkennis, zelfbedrog en zelfwaardering. Ook schreef ze over dit onderwerp, en over andere tekortkomingen en haperingen in onze waarneming en beoordeling, diverse columns voor Psychologie Magazine, Het Financieele Dagblad, Tijdschrift voor Coaching, Managementboek en Intermediair (waar ze van 2007 tot 2012 een wekelijkse columnn had). Deze columns zijn gebundeld in haar tweede boek, Ego’s en andere ongemakken, dat niet meer te koop is. Het vervolg hierop, nog wel te koop, werd Menselijke gebreken voor gevorderden (beide boeken tezamen zijn nog te koop als e-book).

Na deze beide bundels zijn er nog twee boeken met columns verschenen die twee verschillende domeinen van het leven bestrijken: Collega’s en andere ongemakken gaat over de psychologie van de werkvloer; en Liefde, lust en ellende gaat over relaties, van begin (‘lust’: aantrekkingskracht, verliefdheid, passie) tot eind (‘ellende’: conflicten, langs elkaar heel leven, uit elkaar gaan en alles daarna).

Zelf-management en zelfontwikkeling

Na haar onderzoek naar hoe mensen zichzelf soms voor de gek houden en een iets te rooskleurig beeld van zichzelf hebben, is Roos Vonk geïnteresseerd geraakt in de vraag hoe mensen tot zelfontwikkeling en gedragsverandering kunnen komen. Het ego en de zelfoverschatting van mensen staan daarbij in de weg: als je jezelf geweldig vindt, en denkt dat je alles al weet, zul je de oorzaak van fouten buiten jezelf leggen en niet snel iets nieuws leren. Dan blijf je dus beperkt in je ontwikkeling, je blijft een ondermaatse versie van jezelf. Helaas zijn er veel mensen die, in meer of minder sterke mate, zichzelf vertellen dat ze ‘eigenlijk’ veel meer in zich hebben dan eruit is gekomen. We geven onszelf krediet voor onze goede bedoelingen, onze mooie plannen en ons potentieel, terwijl we anderen beoordelen op wat ze feitelijk doen en wat ze daadwerkelijk hebben laten zien. Dat laatste is eerlijker en zo zouden we dus ook naar onszelf moeten kijken, zegt Vonk, want veel van onze plannen voeren we nooit uit.

We willen altijd alles weten over trucjes om anderen te beïnvloeden, maar we kunnen niet eens goed onszélf beïnvloeden. Het boek Je bent wat je doet gaat over dit onderwerp en over de vraag hoe je datgene wat je in je hebt en waar je in gelooft ook daadwerkelijk tot uitvoering brengt – kortom, hoe je de betere versie van jezelf tot bloei brengt. En er staat ook in hoe Roos Vonk van haar angst voor spreken in het openbaar af kwam...

Op Facebook blogt ze regelmatig over haar werk, psychologie in het algemeen en dagelijkse observaties.
Daarnaast is ze te volgen op twitter en LinkedIn.

Roos Vonk